
Botanisch portret
Maretak
Viscum album
Botanische kenmerken
Groenblijvende struik die op takken van waardbomen groeit, 30–100 cm in doorsnede, met gevorkt geelgroen blad en kleverige witte bessen in de winter.
Herkomst
Europa, Noord-Afrika en West-Azië; groeit op appel, populier, meidoorn en andere loofbomen.
Traditioneel gebruik
Centraal in de Keltische druïdentraditie en een vast onderdeel van Europese midwintergebruiken. In klassieke apothekersteksten beschreven als plant van de grens tussen seizoenen.
Interessante weetjes
Maretak raakt de grond nooit: het zaad kiemt direct op de bast van de waardboom, verspreid door vogels die het kleverige vruchtvlees aan takken afvegen.
Ingrediëntprofiel
Voor de botanische referentie — familie, plantdeel, karakter en bronvermelding — zie .
Gerelateerde producten



